
19
In het wasmiddelbakje vindt u drie vakken:
Vak 1 = bij programma’s zonder voorwas
ontharder; bij programma’s met
voorwas of inweken
poedervormig wasmiddel en
poedervormige ontharder
Vak 2 = poedervormig wasmiddel voor
de hoofdwas; bij programma’s
met voorwas ook ontharder
Vak 3 = vloeibaar
nabehandelingsmiddel
(wasverzachter, stijfsel)
Let ook op het volgende:
Bij programma’s met voorwas en dosering van
wasmiddel en ontharder in hetzelfde vak altijd eerst
wasmiddel en dan ontharder doseren. Daarmee
voorkomt u dat zeepresten in de wasmiddellade
achterblijven.
Als u de voorkeur geeft aan vloeibaar wasmiddel,
dan gebruikt u voor het doseren ervan de door de
wasmiddelindustrie aangeboden doseerhulpjes.
Doseer deze middelen volgens de aanwijzingen van
de fabrikant.
Wasmiddel
doseren
Doseren van
poedervormige
middelen
Doseren van
vloeibare
middelen
1
3
2
Komentarze do niniejszej Instrukcji